Motivatie op school

Je wilt graag dat je kind het leuk vindt op school. Dat hij gemotiveerd is om te leren. Wat bijdraagt aan een goede motivatie om te leren, is een gunstige attributiestijl. Dat betekent: je kind voelt dat hij zelf invloed heeft op zijn succes of falen op school. Als hij zijn best doet, dan lukt het. En als het niet lukt, dan heeft hij niet goed zijn best gedaan.

Motivatie op school

Hoe gemotiveerd je kind op school is, hangt van een aantal dingen af. Is hij bijvoorbeeld nieuwsgierig, en wordt zijn nieuwsgierigheid op school gestimuleerd? Een andere belangrijke factor bij motivatie op school is de vraag: waarom denkt je kind dat hem iets lukt of niet lukt? Ligt dat volgens hem aan hemzelf, of juist niet?

Oorzaken van succes of mislukking

Vanaf een jaar of 9 weet je kind dat er een verschil is tussen iets goed kunnen en ergens je best voor doen. En dat er ook factoren zijn die buiten zijn invloed liggen. In totaal zijn er 4 factoren die bepalen of je kind een taak met succes kan uitvoeren:

  • zijn aanleg of bekwaamheid: hoe goed kan hij het?
  • zijn inspanning: hoeveel moeite doet hij ervoor?
  • de moeilijkheidsgraad: hoe moeilijk of ingewikkeld is de taak die hij moet uitvoeren?
  • toeval: er kan altijd iets gebeuren dat het resultaat onverwachts beínvloedt

Binnen of buiten de invloed van je kind

De eerste twee factoren (aanleg en inspanning) liggen in de persoonlijkheid van je kind besloten. Met name de hoeveelheid moeite die hij ergens voor doet, heeft hij zelf in de hand. De laatste twee oorzaken (moeilijkheid van de taak en toeval) liggen buiten hemzelf: daar heeft hij geen invloed op. Welke van deze factoren jouw kind aanwijst als de oorzaak van zijn succes of falen, heet ook wel zijn attributiestijl.

Attributiestijl

Wat ziet je kind als oorzaak van zijn succes of mislukking? Dat is zijn attributiestijl. Kinderpsycholoog Rita Kohnstamm maakt een onderscheid tussen een gunstige en een ongunstige attributiestijl.

Gunstige attributiestijl

Je kind schrijft zowel succes als mislukking aan zichzelf toe. Bijvoorbeeld: 'Ik had dit goed geleerd' of 'Ik heb gewoon niet zitten opletten'. Hij heeft zich ingespannen, en het is gelukt. Of hij heeft zijn best niet gedaan, en daarom is het misgegaan. In ieder geval ziet hij dat hij zelf verantwoordelijk is voor het eindresultaat. En dat hij dat resultaat dus kan beïnvloeden.

Ongunstige attributiestijl

Succes schrijft je kind toe aan oorzaken die buiten hemzelf liggen: 'Het was wel een heel gemakkelijk proefwerk'. En mislukking ziet hij als zijn eigen schuld, vaak in zijn eigen aanleg: 'Ik kan ook helemaal niet goed rekenen'.  In dit geval heeft je kind het gevoel dat hij weinig invloed heeft op zijn eigen prestaties.

Attributiestijl en motivatie

Voor het leren op school werkt een gunstige atttributiestijl het best. Het is motiverend voor je kind om te weten dat hij het eindresultaat (voor een groot deel) zelf in de hand heeft. Ook als er een keertje iets mislukt, dan weet hij dat hij de volgende keer beter zijn best kan doen. En dan lukt het misschien wel.

Een ongunstige attributiestijl werkt demotiverend. Als je kind het gevoel heeft dat het er niet toe doet hoe goed hij zijn best doet omdat hij toch niets kan, zal hij nooit enthousiast aan een nieuwe taak beginnen.

Bron: http://www.anababa.nl/ontwikkeling/kind/sociaal-emotioneel/attributiestijl