Opvoeding als telefoons

Opvoeden in de belevingswereld van een 16jarige

Ik vergelijk opvoeding altijd met het metafoor dat de kinderen de telefoons zijn en de opvoeding de oplader. Alleen komen deze telefoons in ontelbaar verschillende merken voor en iedere telefoon heeft zijn unieke oplader. Het is dus wel van belang de correcte oplader voor jouw telefoon te vinden, anders zal jouw telefoon nooit opladen. Het heeft daarom ook geen nut kwaad te worden op de telefoon als deze niet oplaad, want de kans is groot dat je zelf de verkeerde oplader in de telefoon hebt gestopt, en is het dus van belang vervolgens op zoek te gaan naar de oplader die wel werkt voor jouw telefoon, en niet de oplader te gebruiken waarmee jij zelf altijd mee opgeladen bent. Want de kans is zeer groot dat jij een ander merk telefoon bent.

Opvoeding, het blijft voor de algemene ouder een lastig concept. Met veel angsten  over dingen die eventueel fout zouden kunnen gaan. Ouders weten nooit echt wat ze zich voor moeten stellen bij het oprecht opvoeden van een kind, en wanneer het moment dan aanbreekt waar de opvoeding van start gaat, is de kans groot dat ze dezelfde opvoeding gebruiken die ze zelf meegekregen hebben als kind. Dit is namelijk de eerste manier van opvoeden die bij hen opkomt sinds dit de manier van opvoeden is die hen het beste bij is gebleven.

Hierdoor ontstaat er wel een grote kans dat de opvoeding minder goed zal verlopen. Want er is niks wat er op aanduidt dat de opvoeding die de ouder heeft meegekregen ook goed is voor het kind. Misschien alleen dat de ouder denkt dat ze met die opvoeding ook ‘goed terecht’ zijn gekomen, maar misschien was die opvoeding ook niet de juiste voor hen zonder dat ze het bewust doorhadden. Ze doen het hoogstwaarschijnlijk wel met de goede bedoelingen want ze willen dat hun kind ook goed terecht zal komen.

Het feit wat de ouder spijtig genoeg niet vaak door heeft is dat de persoonlijkheden tussen hem of haar en het kind verschillen, en dat elke persoonlijkheid zo zijn of haar eigen manier in de omgang nodig heeft. Dat de ouder dit niet door heeft kan liggen aan dat de ouder denkt dat het ‘nog maar een kind zonder bewustzijn en kennis is’.

Wat er vervolgens zal gebeuren is dat naarmate het kind ouder wordt er steeds meer problemen opduiken.  Het kind zal volgens de ouder niet goed luisteren en doen wat hij of zij vraagt. Ze denken dat de oorzaak bij het kind ligt en dat ze dat hem nog moeten bijbrengen. Dit is natuurlijk gemakkelijk om zo te zien, de fout bij het kind leggen. Maar de ouder zal niet snel stilstaan bij het feit dat ze zelf ook de oorzaak zouden kunnen zijn doordat ze de verkeerde aanpak gebruiken. De situatie zal hierdoor verergeren. De ouder wordt kwaad op het kind denkende dat hij of zij moet veranderen. Het kind zal hierdoor zich ongemakkelijk voelen in de situatie en zal juist minder gaan gehoorzamen omdat hij zo wordt behandeld. Daardoor zal de ouder nog kwader worden. Dit creëert een cyclus die zo door zal blijven gaan mits er iets verandert.

In plaats van dat de ouder steeds kwader wordt en het kind daardoor steeds opstandiger, is het belangrijk dat de ouder zelfreflectie creëert. ‘Wat doe ik fout in deze situatie?’ ‘Zou ik het eventueel op een andere manier aan kunnen pakken zodat het kind mij kan begrijpen zonder enige vorm van discussiëren?’ Dit is het begin van een mooi process. De ouder gaat op zoek naar een aanpak die voor beide partijen aangenamer is.

Een belangrijk principe in dit concept is proberen geen autoriteit uit te stralen op het kind. Anders zal het kind geneigd zijn zich snel gecommandeerd te voelen in plaats van gevraagd. Wat geeft de de ouder überhaupt het recht autoriteit te hebben op het kind? Het kind is net zo veel een eigen persoon als de ouder, en als de ouder wilt dat de opvoeding goed verloopt zal de ouder dit ook moeten inzien. Het is belangrijk dat de ouder het kind niet ziet als een bezit. ‘Het is mijn kind’ wordt vaker gezegd. Maar puur omdat het kind DNA deelt met de ouder wordt het opeens bezit? Het kind komt van de ouder af, maar het kind is niet van de ouder. De ouder moet het kind liefde te geven, maar niet zijn of haar gedachten. Het kind heeft eigen gedachten en dat moet de ouder ook accepteren, en nog mooier

het kind proberen te begrijpen in die gedachten, want wanneer de ouder de gedachte van het kind probeert te vervangen met zijn of haar eigen gedachten zullen er veel conflicten ontstaan. Het enige wat het kind namelijk wilt is zich geliefd, begrepen en geaccepteerd voelen. En dat, is de sleutel, tot het succes, van een solide opvoeding.

~Lauran Schutjens