Effe lekker niets moeten

Effe lekker niets moeten!

Steeds meer kinderen doen aan yoga. In plaats van zich uit te leven op het hockey- of voetbalveld, doen ze oefeningen op een matje. Wat is daar zo leuk aan? Tijd voor een bezoek aan een kinderyogales.

‘Ik ben er een beetje moe van”, roept de vierjarige Rafael aan het einde van de yogales. Op zijn knietjes kruipt hij onder een zachte fleece-deken uit. Zojuist hebben de acht kinderen een afsluitende ontspanningsoefening gedaan waarbij ze met gedimd licht en ingestopt onder comfortabele dekens op hun mat bijna in slaap vielen. Het is niet gek dat Rafael moe is, want in zo’n lesuur draait het niet om het aannemen van wat suffe houdingen. Behalve fysieke inspanning - kikkersprongen, rondhuppen als een konijn en een stevige pot tikkertje - denken de kinderen ook na over wat ze voelen en proberen dat onder woorden te brengen. En ook dat vraagt de nodige energie.

Niks moet, alles mag

In de yogazaal van de ECI Cultuur-fabriek in Roermond liggen de negen gekleurde matten in een cirkel. In het midden houdt yogajuf Moniek Beelen een dierenprentenboek vast. De kinderen drommen om het boek heen, kruipen er zowat in, terwijl de juf voorleest. „Het thema van deze week is dieren”, vertelt Moniek vriendelijk. „Maak je maar eens zo klein als een muisje. Deze houding vindt je lijf altijd fijn.” De juf gaat op haar knieën en doet het even voor. „Steek je handen tussen je benen door en …”, het klinkt nu alsof ze in een emmer praat omdat ze helemaal ineengedoken op de mat zit, „adem heel diep in met je buik. En uit…”, zucht ze hardop. „Deze houding doet nooit pijn. En bij de yoga geldt altijd: we moeten niks, maar we mogen alles. Dus je mag bij alle oefeningen altijd zelf kiezen of je ergens aan mee wilt doen.”

Wie denkt dat die laatste uitspraak een vrijbrief is voor totale anarchie heeft het mis. Geen yogazaal met wild rondstuiterende kinderen. Het hele uur zetten ze zich met volle aandacht en enthousiasme in. „Natuurlijk, de les moet wel gegeven kunnen worden. Als een kind nergens aan meedoet en de les helemaal verstoort, bespreek ik weleens met de ouder of het niet beter is eerst een individuele les te geven”, vertelt Moniek na afloop. „Maar dat gebeurt zelden. Er wordt niet gepusht en er worden geen prestaties verlangd. En precies daardoor is kinderyoga een succes.”

Omgaan met prikkels

Benthe van zeven heeft zich dubbelgevouwen. Het is net alsof ze een koprol achterover wilde maken, maar is blijven steken zodra haar voeten de grond raakten. Vreemd genoeg ziet het eruit alsof ze zich comfortabel voelt. Ook Jill (6) draait haar hand niet om voor deze houding. Jill is nu bijna een jaar op yoga. Ze is slechtziend. Haar moeder vertelt dat ze geen diepte ziet en daardoor moeite had met haar balans. „Ze staat nu, na een jaar les, veel stabieler. Ik kwam op het idee van kinderyoga, omdat ik iets zocht voor Jill wat geen therapie was, maar waarmee ze toch kon leren met prikkels en emoties om te gaan. We doen thuis ook vaak de ontspanningsoefeningen die ze hier heeft geleerd. Daar vraagt ze zelf om.”

Ondertussen staat Max* (5) op één been en maait wild met zijn armen om het evenwicht te bewaren. Het puntje van zijn tong steekt uit van inspanning. Hij doet een ooievaar na. „Kijk maar naar één punt voor je”, zegt yogajuf Moniek. „En nu wisselen we van been.” Max puft, nóg een keer moet hij de balans zien te vinden. Hij wiebelt vervaarlijk, zwiept weer met de armen, maar het lukt. Een trotse blik verschijnt op zijn gezicht.

De kinderen vertellen ook over hun gevoelens. Max biecht op dat hij soms zo bang is als een konijn voor huisspinnen en Petra (12) meldt dat ze zich zo sterk voelt als een tijger als ze met de hele klas in de pauze aan het stoeien is. Rafael is nóg wat zelfverzekerder. „Ik hou van stoeien, daar ben ik goed in.”

Yoga maakt rustig

„Mam, ik wil op yoga.” Dat zei Petra drie jaar geleden tegen haar moeder. Nu zit ze in de zaal op de grond en vertelt waarom ze zo graag naar de les komt. „Ik was eerst heel druk en ben nu veel rustiger.” Petra vindt ook dat ze de laatste tijd veel meer durft. Hoe dat allemaal kan, weet ze niet precies, maar ze denkt dat de yogalessen haar hierbij hebben geholpen. „In de vakantie, als er geen yoga is, ben ik veel drukker”, geeft ze aan.

Terug naar de les. Het volgende dier is de schildpad. Die kan zich verstoppen door in zijn schild te kruipen. De juf vraagt de kinderen wanneer zij zich willen verstoppen, om niet te hoeven laten zien wie ze zijn. Petra is aan de beurt en bam!, daar komt haar nieuwverworven durf om de hoek kijken. „Nooit”, zegt ze resoluut met een vast- beraden blik in haar ogen. „Goed zo”, zoemt de juf tevreden.

Het lesuur wordt afgesloten met een ontspanningsoefening. Moniek doet wat lampen uit en het wordt donker in de zaal. „Nu worden we helemaal stil en mag je zo lekker gaan liggen dat je lijf helemaal fijn voelt”, zegt ze. „Sluit je ogen en voel hoe het voelt in je buik.” Het is muisstil in de zaal. „Je bent een bloem en je bloemblaadjes gaan langzaam open. Iedereen kan zien wat voor een prachtige bloem jij bent. Adem heel diep in en uit.” Ondertussen knielt Moniek bij ieder kind en streelt zachtjes met een veertje over de voeten en handen. In het donker klinken een paar diepe zuchten bij het uitademen. Er wordt hardop gegeeuwd. Na een minuut of tien relaxen is het voorbij. Het licht gaat weer aan. „Hoe vonden jullie de les?”, vraagt de juf. „Huh? Ik ben pas net hier”, zegt Max verbaasd. „Leuk, maar wel kort”, vindt Jill. De andere meisjes geven aan dat ze zich lekker ontspannen voelen. En Rafael? Die is er een beetje moe van.

Wat vindt de kinderpsycholoog van yoga?

„Kinderen zijn vaak bezig op een beeldscherm, spelen minder buiten en zitten in drukke klassen. Kortom, meer prikkels”, zegt kinderpsycholoog Carla Pasmans van BOEI-Limburg uit Venlo. „Daarnaast zijn er veel kinderen uit gescheiden gezinnen. Daarmee moeten die kinderen dealen en dat vraagt veel van hen. Yoga helpt een kind zich te richten op wat het voelt en ervaart, zonder oordeel. Daardoor gaat er een stukje lading van de emoties af. Het kind leert er ook zijn grenzen kennen, zich te focussen en zichzelf te accepteren en dat vertaalt zich naar het dagelijks leven. Een sport of muziekles kan ook een vorm van ontspanning zijn, maar daarbij gaat de aandacht naar het spel, niet zozeer naar wat het kind voelt en ervaart. Ik adviseer yoga vaker bij kinderen die heel druk zijn, veel piekeren of somber zijn en bij angst, autisme en hooggevoeligheid. Ik hoor terug dat het hen helpt om tot rust te komen.”

 

Bron: www.dagbladdelimburger.nl