Naar de brugklas. En nu?

 

De basisschooltijd is voorbij, je kind gaat naar de brugklas. Een grote overgang! Niet alleen voor je kind, ook voor jou. Orthopedagoog Shirley de Macker geeft advies.

Een nieuwe omgeving, een grote school, verschillende leerkrachten; op het voortgezet onderwijs verandert er nogal wat. Je kind moet zelfstandiger worden, is ineens weer de jongste (een brugpieper of brugsmurf!) en zal in de klas opnieuw een positie moeten vinden. Het is een nieuwe fase. Ook voor jou. Jij hebt nu namelijk minder zicht op de wereld van je kind, terwijl hij nog wel veel sturing nodig heeft. Het is een ware zoektocht om een balans te vinden tussen loslaten en begeleiden.

Een uitdagende fase
Niet alleen verandert er veel op school, je kind is ook nog eens in de puberteit. Het lichaam verandert in een rap tempo, je kind denkt meer na over zichzelf en vergelijkt zich met anderen. Dat kan onzekere en angstige gevoelens geven. Advies hierover wordt helaas niet altijd in dank afgenomen. Kijk niet gek op van een antwoord als: “Zo, jij bemoeit je ook overal mee. Laat me met rust.”

Ook huiswerk kan je tot wanhoop drijven. Spoor jij aan om huiswerk te maken, blijft het gewenste resultaat uit. Het enige wat je hoort is een diepe zucht en je ziet een paar rollende ogen. Je kind denkt alles zelf in te kunnen plannen en te organiseren. Maar de werkelijkheid is anders. Dit komt omdat het puberbrein nog volop in ontwikkeling is.

Hoe bereid je je kind voor op de brugklas?

Een goede voorbereiding is het halve werk. Een paar tips.

  1. Ga samen een aantal keer naar de nieuwe school, voordat het schooljaar begint. Door de route een paar keer te fietsen of met het openbaar vervoer te doen, raakt je kind ermee vertrouwd. En misschien kan jouw zoon of dochter meefietsen met een ander kind uit de buurt?
  2. Bekijk de agenda van je kind en maak de eerste 2 weken samen een huiswerkplanning. Zo leert je kind plannen en op een goede manier met huiswerk omgaan. Zijn er veel conflicten over het huiswerk? Sommige scholen geven huiswerkbegeleiding.
  3. Zorg ervoor dat je kind voldoende rust en op tijd naar bed gaat. Een puber heeft een ander slaapritme dan een jong kind, waardoor hij pas op een later tijdstip in slaap valt. Eén uur van te voren alle beeldschermen uitzetten kan het slapen bevorderen.

Wat kun je nog meer doen?

  1. Luister naar je kind. Dit betekent minder praten en meer luisteren.
  2. Wees nieuwsgierig. Probeer creatief te zijn met je vragen. “Vertel eens, wat is het grappigst wat je hebt meegemaakt?” Of: “Wat is je vandaag het meest bijgebleven?”
  3. Probeer zoveel mogelijk met elkaar te overleggen en maak samen de afspraken en regels.
  4. Zit je kind niet lekker in zijn vel? Vraag eerst hoe het gaat en of het ergens last van heeft. Ja? Sta dan stil bij het gevoel (‘Vervelend dat je je zo voelt’). Vraag wat en wie hij nodig heeft om zich beter te voelen. Wil je kind niet over gevoelens praten? Respecteer dit. Geef de ruimte om er op een later tijdstip op terug te komen.

De eerste periode zal er veel van jou en je kind worden gevraagd. Gelukkig zijn de meeste kinderen na een aantal maanden goed gewend aan hun nieuwe leeromgeving en hebben ze de beste tijd van hun leven.

 

bron: http://cjgrijnmond.nl/naar-brugklas-en-nu/